Een paar maanden geleden organiseerde de Opperdekenij voor de eerste keer in haar geschiedenis een politiek debat. Nu – aan de vooravond van de lokale verkiezingen – schrijft ze een Memorandum.

De Opperdekenij en haar leden, de 55 sociale en commerciële dekenijen van Gent, mogen dan wel a-politieke verenigingen zijn, dat betekent niet dat politiek haar niet interesseert. Wij wonen, werken, leven immers met zijn allen in deze stad en zijn er dus uiteraard mee begaan.

Het verleden leert ons dat dekenijen van oudsher de verbindende schakel waren tussen de buurt en de overheid. Eigenlijk is dat in niets veranderd. We kennen als geen ander onze straat en haar bewoners. We hebben oog en oor voor de sociale en commerciële gevoeligheden en noden.

En ook al lijkt het tegendeel soms waar, een dekenijbestuur is meer dan een feestcomité. We zijn barometers, raadgevers, hulpverleners, initiatiefnemers, bemiddelaars, zorgdragers, plannenmakers, luisteraars en doeners. Zelden voor onszelf, steeds voor de straat, het plein, de buurt.

Om het u gemakkelijk te maken hebben we in dit Memorandum een oplijsting gemaakt van alle dekenijen, onze contactgegevens en in het kort geschetst waar dekenijen voor staan. En uiteraard onze actiepunten. Geen eisen, geen slogans. Maar punten waarover we in dialoog kunnen gaan en waar we samen kunnen aan werken.

Het zou mij als Opperdeken, maar ook de zowat 5000 Gentenaars die onze vereniging vertegenwoordigt, behagen dat u deze punten ter harte neemt. De aloude verbinding tussen buurt en overheid kan er alleen maar door verbeteren en versterken.

 

8 actiepunten

Handelsbeleid

De middenstand regeert niet langer het land. Op een zorgwekkende manier dunt ze uit. Diverse redenen worden aangehaald: e-commerce, geen opvolging, wegeniswerken, parkeertarieven, circulatieplan, … Feit is dat de middenstanders er mee ophouden of ze verhuizen hun zaak naar de stadsrand.

De leegtes worden ingevuld door koffieshops en pop-up zaken (die “tijdelijk” in hun definitie dragen). Daar gaat ook alle stadsondersteuning en (pers)aandacht naar toe (enkel dit en de teloorgang van alweer een mooie middenstandsnaam komt in de kranten).

Dat is allemaal mooi en strekt tot bloei voor de horeca, maar een stad is meer dan dat. Een stad heeft ook dat fijnmazig netwerk en uitgekiend aanbod nodig van handelszaken waar consumenten (steeds opnieuw) voor komen. Het is het geheel dat een stad verheft tot veel meer dan een gezellige toeristische attractie.

Wij pleiten dus voor meer aandacht voor de (nog) bestaande handelszaken en speciale acties en maatregelen om ons middenstandsaantal en profiel op peil te houden.

Eindejaarsverlichting

Traditioneel waren het de dekenijen die tijdens de eindejaarsperiode de sfeervolle verlichting in Gent ophingen. Een zware inspanning zowel naar werk als naar financiering. Ze kregen daar 25.000€, later 75.000€, subsidie voor. Enkele jaren terug werd beslist dat de stad deze taak van hen zou overnemen: een uniforme en milieuvriendelijke sfeerverlichting siert nu de commerciële (binnen)stad.

In deze hele positieve verandering werd echter geen rekening gehouden met de sociale dekenijen. Zij werden over het hoofd gezien. Het is ook logisch dat dit niet de taak van Puur Gent is. Maar ergens moet hier een oplossing voor aangereikt worden. Dat op zijn minst in elke centrumzone van een sociale dekenij een verlichte kerstboom of iets dergelijks wordt aangebracht.

Inspraak

Wegeniswerken, parkeerregimes, openbaar groen, handelspanden, leegstand, evenementen, … de dekenijmensen kennen hun buurt, de bewoners, de handelaars. Wij beweren niet dat we de waarheid in pacht hebben maar door de jaren heen zit bij de dekenijen een zekere know how.

Waarom dan ons niet informeren alvorens een beslissing uit te voeren? Waarom niet eens onze mening vragen? Hoe zou zus of gene verandering in de buurt overkomen? Is ze haalbaar? Wat zijn de eventuele nadelen? En daarna de ook noodzakelijke buurtvergadering houden.

Wij hoeven helemaal niet het laatste woord te hebben, maar in overleg gaan en luisteren naar een ander kan soms verhelderend werken. Laat de dekenij haar eeuwenoude rol van gesprekspartner behouden, versterken of zelfs – daar waar het nodig is – opnieuw opnemen.

Respect

Het is makkelijk om de dekenijen te loven in een speech. Graag zien wij dit respect ook weerspiegeld in logistieke ondersteuning, in snelle feedback op vragen bij stadsdiensten, in het luisteren en in dialoog gaan met ons, in het aanwezig zijn op onze festiviteiten (en niet alleen in verkiezingsperiodes), in het uitdragen van de fierheid over het bestaan van de dekenijen, …

Kleine zaken die bewijzen dat we met z’n allen samen – dus ook de dekenijen – de stad Gent vertegenwoordigen en uitdragen.

Mobiliteit

Er vloeide reeds veel inkt over het circulatieplan en het is niet onze bedoeling om daar nog veel aan toe te voegen. Het is niet aan ons om te wijzen op de soms onlogische knips, de noodzaak tot betere signalisatie ervan of de files op de kleine stadsring.

Het vergunningsbeleid voor wagens is complex en moet versoepeld en vergemakkelijkt worden (evenals voor diensten en werfwagens). Dat de almacht van de wagen aan banden dient gelegd, is een understatement, maar de slinger mag niet de andere kant uitslaan en fietsen horen niet in bomen te hangen en hun bestuurders dienen – net als de rest – het verkeersreglement te volgen ondanks hun vermeende almacht.

Het evenwicht tussen bewoners- en klantenparkeren is een broos en moeilijk evenwicht, maar zonder klanten zullen er ook geen handelaars meer zijn.

Feit is dat het circulatieplan een noodzaak was om de mobiliteit in Gent in andere banen te leiden. Het geheel had beter gecommuniceerd kunnen/moeten worden en de perceptie bij sommigen bestaat dat Gent onbereikbaar is en dus gemeden dient te worden. Het goede nieuws is dat percepties kunnen omgebogen worden (met tijd, geld en campagnes). Het minder goede nieuws is dat het hoogdringend tijd daarvoor is…

Invalsstraten

Speciale aandacht vragen we voor de aloude invalstraten naar het centrum van Gent, vaak gesitueerd aan de “poorten” (Bevrijdingslaan, Dampoortstraat, Kortrijksepoortstraat, Nederkouter, Brusselsepoortstraat, Lange Violettestraat, Wondelgemstraat, …). De straten die de consument als eerste tegenkomt als hij de stad binnenrijdt.

In deze straten is de leegstand en daardoor de verloederde aanblik veel hoger dan het stedelijk gemiddelde of worden handelszaken veel vaker privéwoningen. De diversiteit aan bewonersgroepen en afkomst is hier groter; de gemoedelijke integratie ervan is hier niet steeds succesvol verlopen.

Indien men deze handelsstraten niet helemaal wil opgeven, dient de neerwaartse spiraal gestopt te worden. Hier kan alleen een sterk stuwend en corrigerend handelspandenbeleid vanuit de stedelijke overheid soelaas bieden. Infrastructurele maatregelen, aangepaste parkeerregimes, actieve zoektocht naar huurders/uitbaters vanuit dienst economie, renovatiepremies, … alle hulp is meer dan welkom. Maar meer nog is een langetermijnvisie nodig.

Overheidsinmenging

Overheidsinitiatief is goed en wenselijk daar waar het noodzakelijk is. Soms merken we goed bedoelde overheidsinitiatieven die naderhand dubbel op blijken te zijn met de reeds bestaande dekenijen. Een voorbeeld? “Wijk aan zet” ontstond in buurten waar er geen of nauwelijks dekenijwerking was. Na verloop van tijd stelt men vast dat de subsidiebedragen toegekend aan “Wijk aan zet” hoger zijn dan dat de nabijgelegen dekenij ontvangt.

Ook het initiatief tot creatie van sfeergebieden in het centrum is ontstaan daar waar dekenijwerking nauwelijks nog actief was en straten waren opengebroken (maw de nood tot verenigen was hoog). Het clusteren van dekenijen kan dan wel positief zijn, er mag niet voorbijgegaan worden aan het bestaan van en concurrentieel karakter met individuele dekenijen. Het wordt een helse oefening en het duurt allicht nog jaren alvorens de dekenijen behorend tot een sfeergebied zich als dusdanig zullen voelen en omgekeerd. Elk sfeergebied mag dan ook wel een dekenij zijn; het is wellicht een teken aan de wand dat slechts één van de zeven zijn lidgeld aan de Opperdekenij heeft betaald.

Vandaar ons pleidooi voor een niet al te bruuske regulering vanuit de overheid met opgelegde initiatieven. Een groei vanuit de basis zal ongetwijfeld meer tijd in beslag nemen maar zal allicht duurzamer zijn.

Convenant

Het is goed dat er tijdens deze legislatuur een convenant werd afgesloten tussen stad en Opperdekenij, zo kennen beide partijen hun verplichtingen en verwachtingen.

Wij gaan er dus van uit dat na het verstrijken van deze eersteling, er een hernieuwing van dit convenant is voor 6 jaar (maw een nieuwe bestuursperiode van 2020 t/m 2026).

Wij denken echter dat het gelegitimeerd is om hier een jaarlijkse index op toe te passen.  Bv een index van 2% per jaar brengt het subsidiebedrag voor de Opperdekenij op 23.877€ (2020) en oplopend tot 26.890€ (2026).

Maar evenzeer een jaarlijkse index van de respectievelijke subsidie voor sociale (nu 1250€ + 750€), commerciële niet centrum-dekenijen (nu 2000€) en sfeergebieden (nu 4000€). (Die 4000€ bij sfeergebieden met 4 à 5 dekenijen zoals bvb SoGo of Gent Central, lijkt ons sowieso te weinig.)